Wat betekent vrijheid voor een baby? Niet afwezigheid van zorg, maar afgestemde aanwezigheid. Deze blog gaat over hoe vrijheid en nabijheid elkaar niet uitsluiten, maar juist versterken.
Alles komt van mij, ook zijn vrijheid.
Anna Tardos (dochter van Emmi Pikler) zei ooit:
“Wanneer we een baby zien, krijgen we van nature het gevoel: ‘Ik moet iets doen, ik moet helpen, beschermen, hem iets leren, hij is klein en hij kan het niet.’ In alles is hij afhankelijk van mij. En dát klopt; álles komt van mij, ook zijn vrijheid.”
Deze woorden raken mij steeds weer.
Ze maken inzichtelijk hoe groot onze invloed is als volwassene. Niet alleen in wat we doen, maar juist in hoe we aanwezig zijn. In onze handen ligt zorg, bescherming, taal, ritme, nabijheid… en óók de ruimte waarin een kind zichzelf kan ontwikkelen.
Vrijheid betekent niet dat we ons terugtrekken of niets doen. Vrijheid is zorg die zó afgestemd is, dat ze ruimte schept.
Door aandachtig aanwezig te zijn, creëren we voorwaarden waarin kinderen op hun eigen tempo kunnen groeien, bewegen en leren.
In mijn werk met pedagogisch professionals merk ik hoe helpend deze gedachte kan zijn. Vaak zoeken we naar manieren om kinderen meer autonomie te geven, terwijl de sleutel juist ligt in de kwaliteit van onze aanwezigheid.
Door vertraagd waar te nemen, af te stemmen en zorgvuldig te handelen, ontstaat er een omgeving waarin het kind zélf actief kan worden. Dat vraagt niet minder betrokkenheid, maar een andere manier van betrokken zijn: met aandacht, vertrouwen en innerlijke rust.
Ook in mijn eigen gezin blijven deze woorden van betekenis. Mijn kinderen zijn allang geen baby’s meer, maar ook nu herinneren ze mij eraan hoe belangrijk het is om, in nabijheid én loslaten, ruimte te blijven geven aan hun groei.
“Alles komt van mij, ook zijn vrijheid”.
Anna Tardos





